Schizofrenie in het Gezin
Jan van Blarikom
Emergis Zeeuws - Vlaanderen


De betekenis van schizofrenie



Vincent van Gogh 1853-1890
The bedroom 1888

'Looking at this painting should give rest to the mind, or better still to the imagination'

- De betekenis van schizofrenie -





Alleen de titel al van dit onderwerp, staat open voor vele misverstanden. Zoeken we naar een zin van schizofrenie? Nee, want die is er niet. Je bent een stuk beter af in dit leven, zonder deze ziekte. Zoeken we dan naar een zinvolle inhoud van de ziekte? Alsof in dit ziektebeeld iets tot uitdrukking komt, wat niet op een andere wijze 'gezegd' kan worden. Nee, ook daar geloven we niet in. Er is geen enkele aanwijzing dat de ziekte een 'verborgen agenda' kent die opweegt tegen de last en het lijden van de ziekte. Schizofrenie is een zware klap in het leven van een mens, waaraan geen enkele zin te ontlenen valt.

Zijn we dan al uitgepraat, wanneer het om de betekenis van schizofrenie gaat? Twee uitersten zijn te onderscheiden. Ten eerste kunnen we schizofrenie opvatten als een ziekte in de letterlijke medische betekenis van het woord. Ten tweede wordt schizofrenie, tot op de dag van vandaag, opgevat als een artefact. Een kunstmatig begrip, dat talloze verschijnselen onder een zogenaamde medische noemer wil brengen. Het laatste uiterste standpunt heeft vervelende consequenties gehad voor patiënt en familie. We kennen de tijd nog dat men schizofrenie op geen enkele wijze als een ziekte wilde erkennen. De verschijnselen zouden louter voortkomen uit persoonlijke problemen van de patiënt, omstandigheden in het gezin of de samenleving. Het leek er dikwijls op - en misschien was dat wel gewoon zo - dat de hulpverleners de ziekte als ziekte niet wilden of niet konden zien. Men is, met name in de wereld van de psychotherapie, zo gewend aan psychische problemen die iets 'betekenen' in het leven van de patiënt, dat een ziekte gewoon als ziekte, letterlijk buiten het begripsveld, en daarmee ook buiten het gezichtsveld, van de hulpverleners viel.

Wij vetrekken hier vanuit het standpunt: schizofrenie als een ziekte. Vervolgens zullen we dan toch weer zien dat, ondanks dit medische uitgangspunt, er veel meer over deze aandoening te zeggen valt, dan dat zich laat verwoorden in oorzaak, behandeling en verloop. Kijken we naar schizofrenie vanuit het standpunt van een ernstige, chronische ziekte, wat voor de helft van de patiënten opgaat, dan kunnen we ons de vraag stellen wat het betekent aan een chronische ziekte te lijden. Ingrid Baart heeft onlangs (2002) een boek geschreven, waarin zij de vraag stelt naar de betekenis van het lijden aan een chronische ziekte in onze samenleving. Het gaat dan met name om ernstige lichamelijke - en deels onbegrepen - aandoeningen. Over het onbegrip en de weerstand waar deze mensen in onze samenleving op stuiten. Een en ander zal echter herkenbaar zijn voor patiënt en familie, in geval van schizofrenie.

Lijden aan een ziekte, lijden aan schizofrenie heeft een bepaalde betekenis in onze samenleving. En dat is niet zonder gevolgen. Een betekenis komt nooit 'zomaar' op een vrijblijvende wijze 'uit de lucht vallen'. Aan een betekenis gaat al een bepaalde manier van 'ergens tegen aan kijken' vooraf en de betekenis die we aan een ziekte zoals schizofrenie toekennen heeft ook weer haar gevolgen voor de plaats die de ziekte in onze samenleving toebedeeld krijgt. Dit klinkt wellicht nu allemaal nog wat theoretisch - tegelijkertijd heeft u als familie vermoedelijk al 'aan den lijve' ondervonden hoe zwaar de betekenis kan doorwegen die andere mensen aan schizofrenie toekennen.

Vooralsnog willen we aan de hand van een aantal onderzoeken, toelichten welke gevolgen een bepaalde betekenis voor het verloop van schizofrenie van schizofrenie heeft. Een bepaalde samenleving, een specifieke omgeving beïnvloedt de ziekte schizofrenie, ook in de letterlijk medische betekenis van het woord. Dit is onder meer heel duidelijk aan het licht gekomen, aan de hand van een internationale studie naar schizofrenie. We zetten de resultaten van deze studie nog eens op een rijtje. In dit onderzoek wordt met name gekeken naar het verschil van verloop van schizofrenie in de Westerse landen en de niet - Westerse landen. We voegen daarbij ook nog eens de algemene verloop cijfers van schizofrenie in om u een algemene indruk te geven van de diversiteit van deze ziekte, die we toch onder een noemer kennen.



- Westerse cijfers.


- Onderzoek Westerse landen en niet - Westerse landen. (Hopper en Wanderling, 2000)


- Scan


- Uitwerking cijfers


- Conclusies

De genoemde factoren, die deels nog hypothetisch zijn, deels bevestiging vinden in beperkte afzonderlijke onderzoeken, kunnen we, in het kader van ons onderwerp op de volgende wijze algemeen beschrijven in twee vragen:

1) Welke betekenis kent de samenleving toe aan een mens met schizofrenie.
2) Op wat voor een wijze kan een mens met schizofrenie betekenis toekennen aan zijn anders functioneren in een bepaalde samenleving.

(In deze twee algemene vragen, zitten nog twee vragen verpakt, die met name van belang zijn voor de directe omgeving van een persoon met schizofrenie. Namelijk hoe kijkt de direct betrokken omgeving of de familie aan tegen de persoon met schizofrenie. En hoe kijkt de samenleving of de ruimere omgeving dan weer tegen het gezin of de directe omgeving aan. Over het algemeen is het namelijk zo dat men als direct betrokkene vanzelf anders tegen de ziekte aankijkt als mensen in een ruimere omgeving. Op deze vragen, komen we in het tweede gedeelte terug.)

Zoals eerder gezegd komt een betekenis en dus ook de betekenis van schizofrenie, niet uit de lucht vallen. De betekenis van een psychiatrische stoornis hangt sterk af van de implicaties die de ziekte heeft voor het dagelijkse leven: wat zijn nog de mogelijkheden. De mogelijkheden hangen echter deels weer af van de ruimte die in de samenleving geboden wordt voor het anders functioneren. De betekenis wordt zodoende bepaald door elementen die (tot op zekere hoogte) van elkaar afhangen.

Dit gegeven heeft de Canadese antropologe Ellen Corin (1990) getracht op een concrete wijze te onderzoeken, specifiek voor mensen (mannen) die lijden aan schizofrenie. We gaan nu nader op dit onderzoek in, waarna we zullen eindigen met enkele algemene conclusies.

Het onderzoek
(Corin, 1990)

45 mannen tussen de 25 en de 30 jaar.
Langer dan 5 jaar, korter dan 15 jaar bekend met schizofrenie.
Allemaal ooit opgenomen geweest, nu 3 groepen

1) 13 hadden 3 of meer heropnames in de laatste 4 jaar (noemen wij groep I)
2) 17 hadden 1 of 2 heropnames laatste 4 jaar (deze groep bespreken wij verder niet)
3) 15 hadden geen heropnames in de laatste 4 jaar (noemen wij groep II)

Het gaat om de vergelijking tussen groep I en groep II. In dit onderzoek is Corin nagegaan hoe beide groepen zich verhouden tot hun omgeving. Onder andere werd gekeken naar mogelijke verschillen die konden verklaren waarom de ene groep wel en de andere groep buiten regelmatige opnames van het psychiatrisch ziekenhuis bleef. Groep I kenmerkte zich door schaarse contacten met ouders en broers en zussen. Men zou graag meer contact hebben, maar het contact wat er is wordt op een negatieve wijze ervaren. Men vindt dat de directe omgeving tekort schiet in het bieden van hulp. Men voelt zich uitgesloten ten opzichte van het familieleven - tegelijkertijd wordt het hebben van ouders, familie en ook het eventueel getrouwd zijn als heel belangrijk ervaren.

Groep II heeft eveneens schaarse contacten met familie, maar men ervaart de behoefte ook niet.
Het contact wat er is, wordt als positief ervaren.
De sporadische sociale contacten betreffen vooral vrienden, die als belangrijke anderen worden ervaren.
Men vindt het niet belangrijk getrouwd te zijn. Ook heeft men niet de behoefte aan regulier werk. (Dit laatste geldt ook voor de eerste groep). Er is sprake van, wat Corin noemt, een homogeen patroon van terugtrekking.

De groepen onderscheiden zich op de volgende wijze: beide groepen leven sociaal en maatschappelijk gesproken min of meer 'in de marge' mensen uit groep I voelen zich echter buitengesloten, mensen uit groep II ervaren die afstand als positief. In groep I heeft men meer sociale contacten, maar die spelen zich vooral af in de wereld van de psychiatrie, met patiënten ex patiënten en groepen.
Mensen uit groep II hebben meer contact met vrienden, wat ze als belangrijk en positief ervaren.

De uitkomst van dit onderzoek is van belang voor de wijze waarop we naar de "negatieve symptomen" kijken, de verschijnselen die na de actieve fase voor een belangrijk deel het verdere verloop van schizofrenie bepalen. Naar deze symptomen kunnen we op twee manieren kijken: - negatieve symptomen komen voort uit de ziekte, ze wijzen op een tekort.
- negatieve symptomen vormen een uitdrukking van de wijze waarop een kwetsbaar individu (met schizofrenie) 'in de wereld' staat.

Vanuit het tweede gezichtspunt, kijken we niet alleen naar de mens met zijn ziekte, maar ook naar de omgeving. Afhankelijk van de omgeving moet een mens met een gegeven kwetsbaarheid zich op een bepaalde wijze gedragen om zich staande te houden in deze omgeving. Zogenaamde 'negatieve' symptomen vormen dan tegelijkertijd een 'positieve' constructie - Corin spreekt in dit verband over "positive withdrawal" - tussen het kwetsbare individu en een bepaald type samenleving.

Het vermogen om buiten het psychiatrisch ziekenhuis te blijven, lijkt bij groep II samen te hangen met het vermogen afstand te houden tot de wereld. Deze afstand wordt niet als negatief ervaren. Wel trachten de mensen uit deze groep vervolgens deze afstand telkens weer op een letterlijk eigen aardige wijze te overbruggen. Een ieder heeft daar een typische persoonlijke wijze voor ontwikkeld. Corin spreekt in dit verband over "secondary relating elements", die het 'positieve' van de "positive withdrawal" uitmaken.

Voorbeelden van deze overbruggingen zijn:

- Af en toe iemand opzoeken
- Naar openbare plaatsen gaan en kleine, anonieme restaurants (Mac Donald) bezoeken, waarbij oppervlakkige contacten worden onderhouden.
- Kleine klusjes doen, vrijwilligerswerk, eigen dag indelen, soms activiteiten verrichten voor groot project (wat verder nooit van de grond komt.)
- Eigenaardige hobby's, bijvoorbeeld voortdurend lezen in etymologisch woordenboek, telkens op zoek zijn naar de oorsprong van woorden.
- Aansluiten bij een religieuze groep, buiten de gevestigde instituten om of ontwikkeling van een eigen religie.

Op het eerste gezicht lijkt het afstand nemen van de wereld, om deze vervolgens op een geheel eigen wijze te overbruggen, in tegenspraak met de levensstijl van de Westerse cultuur. Volgens Corin wordt in dit gedrag van deze kwetsbare mensen de belangrijkste waarden van onze cultuur weerspiegeld. Namelijk die van autonomie en het vermogen van mensen om voor zichzelf te zorgen. Deze mensen zijn te kwetsbaar om op een 'normale' manier autonoom te functioneren. Maar met de nodige afstand tot de samenleving, die ze op een geheel eigen wijze overbruggen, kunnen ze zichzelf toch staande houden - wat ook van ze verwacht wordt.

In onze Westerse cultuur bestaat er verder maar weinig ruimte voor 'anders zijn' of voor 'het verschil'. We leggen wel grote nadruk op 'vrijheid' en 'zelf ontplooiing' , maar deze waarden moeten vervolgens toch op een uniforme wijze worden ingevuld. Ogenschijnlijk zijn we tolerant tegenover het individu. Echter zodra deze zich echt anders gedraagt, worden er maar twee mogelijkheden geboden. Of je doet mee aan een programma om zo normaal mogelijk te leven, zoals we dat kennen in de rehabilitatie waarbij men de patiënten een zo normaal mogelijk leven wil bieden of je wordt gedwongen te leven in de marge. Anders zijn mag - maar dan wel buiten ons gezichtsveld.

We kunnen ons afvragen in hoeverre andere samenlevingen, bijvoorbeeld degene waarin het verloop van schizofrenie gunstiger is, in staat zijn op een andere wijze betekenis te geven aan het 'verschil' dat de mens met schizofrenie inbrengt. In al onze rijkdom zijn we op dat gebied misschien wel een stuk armer.

Top Pagina

- De betekenis van schizofrenie vervolg. -





De filosofie van de 20e eeuw heeft ons geleerd dat er geen 'objectieve' betekenis bestaat. In het geval van wetenschappelijke kennis of van informatie uit de 'officiële' medische wereld, denken we nog wel eens dat dit het dichtst in de buurt komt van een objectief standpunt. Maar in feite gaat het hierbij vooral om het op een systematische wijze beschrijven en ordenen van verschijnselen. Dit heeft onder andere geleid tot een algemeen geaccepteerde, beschrijvende diagnose van schizofrenie. Tegelijkertijd is het onmogelijk vanuit een leerboek die diagnose te stellen, daartoe blijft een ruime ervaring met de diverse verschijningsvormen van deze ziekte in de werkelijkheid noodzakelijk.

Onder andere de filosoof Martin Heidegger heeft erop gewezen dat de betekenis die we aan de verschijnselen rondom ons heen toekennen, in hoge mate afhankelijk is van onze ervaring met die verschijnselen. De betekenis is al meegebakken in onze verhouding tot de wereld. Deze verhouding ontstaat vanuit de praktische omgang met de dingen.

Een praktisch voorbeeld kan een en ander verduidelijken. Iemand kan je de betekenis van een zaag of een hamer uitleggen, maar dan snap je er nog weinig van. Het verschil tussen pakweg het snijden van een brood en het doorzagen van een brede dikke plank, heb je dan nog niet te pakken. Timmeren en zagen - de betekenis ervan - leer je door het te doen. En de betekenis is voor de timmerman veel rijker, dan zich ooit in woorden laat uitdrukken. De uitleg, het verwoorden, komt letterlijk achteraf, wanneer we niet meer in de handeling zitten.

Hoe merkwaardig de overstap mag lijken, geldt uiteindelijk eenzelfde iets voor de betekenis en het begrip van schizofrenie. Een professionele hulpverlener kan u de medische betekenis van schizofrenie uitleggen. Hij kan duidelijk maken waarom dit schizofrenie wordt genoemd en dat een manisch - depressieve stoornis. Wat hij niet duidelijk kan maken, is wat voor u de implicaties zijn om een kind te hebben met schizofrenie. Wat er met uw kind gebeurt, met uzelf en vooral tussen jullie beide. Daar staat hij buiten. Op dat gebied is hij onhandig (zoals u reeds meerdere malen ervaren zult hebben). Net zo onhandig als iemand, die al vele malen een timmerman bestudeerd heeft, maar nooit zelf een zaag ter hand heeft genomen.

De betekenis van schizofrenie leert men uit ervaring. Dat geldt voor het kind met schizofrenie, dat geldt voor u als betrokken ouder en dat geldt ook voor de behandelaar. Een ieder heeft daarin een unieke positie. Uw zoon of dochter lijdt aan schizofrenie en moet op de een of andere wijze betekenis geven aan die ziekte, aan het leven met die ziekte. Dat 'leer' je niet, dat kan je alleen maar doen, stap voor stap. Zoals we dat bijvoorbeeld zagen in het Canadese onderzoek, waarin een aantal mannen op een geheel eigen (letterlijk onnavolgbare) wijze, betekenis gaven aan een leven met schizofrenie. Iedere patiënt volgt hier altijd weer een volstrekt unieke weg.

Als ouder moet je betekenis geven aan een leven waarin een van je kinderen lijdt aan schizofrenie. Dit is geen keuze. Het is het wel het laatste waar je voor zou kiezen als ouder. Maar je moet er simpelweg wat mee. Ook daarin kan niemand u de weg wijzen. Een ieder die daar buiten staat kan niet anders dan 'onhandig' zijn. En dat is wat u dikwijls zult ervaren - de onhandigheid van u omgeving, maar kunnen zij anders?

Als derde deelgenoot is er de behandelaar. Voor een deel hebben wij onze ervaring en daarmee, als het goed is, een bepaalde handigheid. Tot op zekere hoogte kunnen we het effect van medicijnen inschatten of bijsturen in wat we zien. Maar ook de behandeling is telkens weer een uniek proces, bij iedere patiënt opnieuw. Behandelaar zijn is handelen bij een mens met schizofrenie. Als het gaat om het geven van betekenis aan de patiënt of aan u als ouder, dan staan wij weer onhandig aan de kant. We kunnen enkel wat vertellen over …., ik ken een jongen die geleerd heeft om …., of ik weet van een ouder die op den duur …. .

Betekenis is van groot van belang. Het geeft de ruimte weer, die we voor onszelf gecreëerd hebben om met een gebeurtenis te leven. Een aantal ouders onder u, wellicht zelfs de meerderheid, zal in de loop van de tijd een verandering hebben opgemerkt. Voor een groot deel van de kinderen geldt hetzelfde. Eerst de verpletterende slag van deze ziekte en haar consequenties. Dan op den duur toch weer, wat lucht, wat ruimte, woorden die weergeven wat er is gebeurt, een aantal mogelijkheden en nieuwe perspectieven. In de literatuur kennen we daar begrippen voor als een 'slow, uphill returns to health.' We spreken van de mogelijkheid tot herstel op de lange termijn of van 'recovery'. Wellicht draait het allemaal om dit ene punt: dat dingen (toch) weer betekenis krijgen.

Vanuit de onderzoeksliteratuur weten we dat de wijze waarop de omgeving omgaat met een mens met schizofrenie, van invloed is op het verdere verloop van die ziekte. Dat geldt voor familie maar ook voor hulpverleners. Naar de eventuele (negatieve) invloed van hulpverleners op het verloop van schizofrenie, is beperkt onderzoek gedaan. Christine Barrowclough e.a. (2001) vermelden een aantal van deze onderzoeken en doen verslag van een eigen onderzoek.

Over het algemeen valt op dat hulpverleners, het gaat dan met name om verpleegkundigen op een afdeling en om zogenaamde casemanagers, een minder hoge EE hebben dan familieleden. Op zich is dat een goede zaak. Tegelijkertijd valt daarbij een bedenking te maken. Hulpverleners hebben op de eerste plaats een professionele relatie met de patiënt. Het gaat om werk, waarvoor ze betaald krijgen. Minder intense betrokkenheid en minder hevige emoties zijn het gevolg. Dat bevordert een lage EE. Maar er is ook een keerzijde. In vergelijking met de groep familieleden die ook een lage EE kent, is er bij de hulpverleners sprake van meer afstand. Afstand kan leiden tot afstandelijkheid. Warmte - de 'positieve' EE factor die zo moeilijk te onderzoeken is - kan afwezig zijn. Er bestaan aanwijzing dat de algemene kwaliteit van de hulpverleningsrelatie, en dan met name de afwezigheid van een positieve relatie, een behoorlijke invloed heeft op het eventuele herstel van de patiënt.

Wat vooral opvalt in het eigen onderzoek van Barrowclough - en dit vormt een bevestiging van eerdere literatuur op dat gebied - is dat er een samenhang bestaat tussen enerzijds een positieve of een negatieve houding ten opzichte van de patiënt en anderzijds de mate waarin men de patiënt controle toebedenkt over zijn eigen gedrag. Wanneer men positief staat tegenover de patiënt, heeft men de neiging de patiënt minder controle over zijn eigen gedrag toe te schrijven. Staat men kritischer tegenover de patiënt, dan heeft men de neiging de patiënt meer controle over zijn eigen gedrag toe te schrijven.

Anders gezegd: als men de patiënt minder graag mag, geeft men hem meer zelf de schuld van zijn problemen en van zijn moeilijk gedrag. Als men de patiënt aardig vindt, ziet men het gedrag meer voortkomen uit de ziekte. Het is niet duidelijk hoe het zit met de oorzaak en het gevolg. Vind je iemand aardiger als je het idee hebt dat hij zelf niets aan zijn problemen kan doen? Of, heb je de indruk dat iemand niets aan zijn problemen kan doen, vooral omdat je zo op hem gesteld bent?

In ieder geval gaat het om een algemeen verschijnsel. Hetzelfde proces speelt zich bij de familieleden van de patiënt af. We weten al dat een belangrijke factor bij het ontwikkelen van een niet te overdreven kritische houding ten opzichte van je kind is, dat je gaat zien dat een aantal aspecten van zijn gedrag voortkomen uit onvermogen en niet (altijd) vanuit kwade opzet. In het onderzoek werd verder nog duidelijk dat de patiënten die kritisch tegemoet worden getreden door de hulpverleners, meer gedragstoornissen vertonen in de opeenvolgende periode van het onderzoek.

De uitkomst van dit onderzoek geeft ons een duidelijk voorbeeld van dat betekenis nooit zomaar uit de lucht komt vallen en nooit zonder gevolgen is. Het geven van een betekenis komt deels voort uit de verhouding die we al tot een persoon hebben. Bijvoorbeeld vanuit het gegeven dat je iemand sympathiek of onsympathiek vindt. De betekenis strekt zich ook over het verdere verloop van de relatie uit. Bijvoorbeeld ik ga je helpen bij je problemen of je moet het zelf maar uitzoeken. Dat maakt de betekenis die we aan de implicaties van schizofrenie toekennen zo belangrijk. Met name richten we ons op het onvermogen van de patiënt of spreken we hem vooral aan op zijn eigen verantwoordelijkheid.

In de verhouding tussen uw gezin en de directe omgeving speelt de betekenis ook een belangrijke rol. Over het algemeen - is onze ervaring - wordt er in uitersten gedacht. Iemand is ziek of gezond. Men is in staat de verantwoording over zichzelf te nemen of niet. Bij schizofrenie ligt dat niet zo eenvoudig. Een mens met schizofrenie kampt voor een meer of minder groot deel met onvermogen. Maar desondanks wil hij vrijwel altijd aangesproken worden op zijn eigen verantwoordelijkheid.

Mensen die buiten het gezin staan en die niet echt een band hebben met degene die aan schizofrenie lijdt (en een oude band uit het verleden, telt vaak niet meer mee) hebben het lastig met het geven van een betekenis. Zolang men niet echt betrokken is op de mens en zijn ziekte, en op het gezin waarin zich dit alles afspeelt, komt men al snel tot een of ander oordeel, dat een goed contact in de weg staat. Men denkt bijvoorbeeld dat het hele gezin zo in zak en as zit, dat je ze contact maar beter kunt mijden. Of men heeft zijn mening klaar, meestal zonder deze expliciet uit te spreken, hoe jullie als gezin met dit probleem om moeten gaan. Als een mens, een omgeving, niet met een situatie uit de voeten kan, verlaat men zich meestal op een oordeel, dat zelden recht doet aan de gecompliceerde werkelijkheid.

Andersom moet je als gezin oog hebben voor het 'onthand' zijn van de omgeving. Natuurlijk heeft u, zeker aan het begin van alles, geen zin en ook geen energie om u daar mee bezig te houden. Toch is het van belang voor een goed contact met uw directe omgeving, dat men leert hoe met deze nieuwe situatie te gaan. Tenslotte hebben we dat allemaal moeten leren. Mensen denken de gekste dingen. Ze zijn bijvoorbeeld bang aan uw zoon of dochter de verkeerde vraag te stellen, 'anders wordt hij zo weer opgenomen in het ziekenhuis'. Ook hier geldt weer: al doende leert men het best.

Daarnaast kunt u ook bij uzelf, uw partner en uw kinderen nagaan, welke gedachten leven over de omgeving. Ook wij zelf vullen in hoe andere mensen over ons zullen denken. Mensen blijven weg, vriendjes komen niet meer spelen, en we denken, 'ze moeten ons niet meer'. Maar misschien blijft men wel weg uit respect, bijvoorbeeld omdat ze jullie niet in verlegenheid willen brengen. U kunt eens nagaan, hoe andere ouders die in dezelfde situatie zitten hiermee omgaan.

Tenslotte nog een laatste punt. De Zwitserse psychiater L. Ciompi haalt in een van zijn artikels (1984) een eigen onderzoek aan, waaruit naar voren komt dat de uitkomst van een gunstig verloop langs de weg van de rehabilitatie voor een belangrijk deel samenhangt met de oorspronkelijke verwachting die patiënten, hulpverleners en familie over dat proces hebben. Opnieuw een illustratie dat betekenis (verwachting) geen objectief gegeven is. Natuurlijk zal de oorspronkelijke toestand van de patiënt en zijn omstandigheden een rol spelen bij de verwachting aan het begin. Maar het geven van betekenis kan ook ruimte vrijmaken voor nieuwe ontwikkelingen in de toekomst.


Top Pagina

© Copyright 2002 - 2003 Ypsilon regio-afdeling Zeeuws Vlaanderen