Het hangt al dagen in de lucht als een naderend onweer op een mooie zomeravond. Een veeg koude wind, als een zucht muggen dwarrelen neer vogels zoeken een veilig onderkomen. Dan ineens de lucht weer iets lichter, maar het blijft donker boven zee en dan komt het weer terug. Zo gaat het al dagen, af en aan en ik wacht, de nachten, de dagen, op het onweer dat komt. Toch nog onverwacht, ineens de storm de bladeren ritselen, op de grond is het nog stil. Ineens die vreselijke klap, de stoppen slaan door het geschreeuw van spreeuwen en politie, ambulances. Ik schrik wakker en de regen begint te stromen uit mijn ogen en houdt dagenlang niet meer op. Mijn kind. Anna |